Het volledige KB in pdf-formaat, op datum van 20/11/2008
zie pagina 61735
21 OKTOBER 2008. - Koninklijk besluit houdende wijziging
van het koninklijk besluit van 25 mei 1999 tot vaststelling van de
bijzondere voorwaarden opgelegd voor de toelating tot het luchtverkeer van
ultralichte motorluchtvaartuigen
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16
november 1919 betreffende de regeling der luchtvaart, inzonderheid op
artikel 5, § 1 gewijzigd bij de wet van 2 januari 2001;
Gelet op het koninklijk besluit van 25 mei 1999 tot vaststelling van de
bijzondere voorwaarden opgelegd voor de toelating tot het luchtverkeer van
ultralichte motorluchtvaartuigen;
Gelet op omstandigheid dat de gewestregeringen bij het ontwerpen van dit
besluit betrokken zijn;
Gelet op het advies nr. 44.237/4 van de Raad van State gegeven op 1 april
2008, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1° van de
gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Gelet op de mededeling aan de Europese Commissie, op 6 juni 2008, met
toepassing van artikel 84, lid 1, van richtlijn 98/34/EG van het Europees
Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op
het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de
diensten van de informatiemaatschappij;
Op de voordracht van de Eerste Minister en de Staatssecretaris voor
Mobiliteit,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 25 mei 1999 tot
vaststelling van de bijzondere voorwaarden voor de toelating tot het
luchtverkeer van ultralichte motorluchtvaartuigen wordt de definitie van
ultralicht motorluchtvaartuig vervangen als volgt :
« Ultralicht motorluchtvaartuig : vliegtuig of amfibie van het type
éénzitter of tweezitter waarvan de overtreksnelheid Vso (landingsconfiguratie,
motor in traagloop) niet meer bedraagt dan 65 km/h, (35,1 knopen) C.A.S. en
waarvan de hoogst toegelaten opstijgmassa niet groter is dan :
1° 300 kg voor een vliegtuig van het type éénzitter; of
2° 315 kg voor een vliegtuig van het type éénzitter uitgerust met een
noodvalschermsysteem bevestigd aan de cel; of
3° 450 kg voor een vliegtuig van het type tweezitter; of
4° 472,5 kg voor een vliegtuig van het type tweezitter, uitgerust met een
noodvalschermsysteem bevestigd aan de cel; of
5° 330 kg voor een amfibie of een vliegtuig gemonteerd op vlotters, van het
type éénzitter; of
6° 495 kg voor een amfibie of een vliegtuig gemonteerd op vlotters, van het
type tweezitter, voor zover een ultralicht motorluchtvaartuig dat zowel, in
staat is te opereren als normaal vliegtuig of op vlotters, onder de beide
vastgestelde begrenzingen voor de hoogst toegelaten opstijgmassa blijft al
naargelang het geval.
Hefschroefvliegtuigen en luchtvaartuigen van het « foot-launched » type
vallen niet onder deze definitie. »
Art. 2. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch
Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 3. Onze Minister bevoegd voor de Luchtvaart is belast met de uitvoering
van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 21 oktober 2008.
ALBERT
Van Koningswege :
De Eerste Minister,
Y. LETERME
De Staatssecretaris voor Mobiliteit,
E. SCHOUPPE